<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.1 20151215//EN" "https://jats.nlm.nih.gov/publishing/1.1/JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="dut" dtd-version="1.1">
	<front>
		<journal-meta>
			<journal-id journal-id-type="eissn">2211-7253</journal-id>
			<journal-id journal-id-type="publisher-id">DuJAL</journal-id>
			<journal-title-group>
				<journal-title>Dutch Journal of Applied Linguistics</journal-title>
			</journal-title-group>
			<issn publication-format="print">2211-7245</issn>
			<issn publication-format="online">2211-7253</issn>
			<publisher>
				<publisher-name>Openjournals.nl</publisher-name>
			</publisher>
		</journal-meta>
		<article-meta>
			<article-id pub-id-type="doi">10.51751/DuJAL13267</article-id>
			<title-group>
				<article-title>Het belang van taalkeuze voor het sociaal kapitaal in Nederland</article-title>
			</title-group>
			<contrib-group>
				<contrib contrib-type="author" corresp="yes">
					<name name-style="western">
						<surname>Schmeets</surname>
						<given-names>Hans</given-names>
					</name>
					<email xlink:href="mailto:h.schmeets@cbs.nl">h.schmeets@cbs.nl</email>
					<xref ref-type="aff" rid="AFF000001"/>
					<xref ref-type="aff" rid="AFF000002"/>
					<role>Conceptualization, methodology, formal analysis, investigation, data curation, writing original draft, visualization</role>
				</contrib>
				<contrib contrib-type="author">
					<name name-style="western">
						<surname>Cornips</surname>
						<given-names>Leonie</given-names>
					</name>
					<xref ref-type="aff" rid="AFF000001"/>
					<xref ref-type="aff" rid="AFF000003"/>
					<role>Conceptualization, methodology, investigation, writing original draft</role>
				</contrib>
				<aff id="AFF000001">
					<label>1</label>
					<institution-wrap>
						<institution>Universiteit Maastricht</institution>
					</institution-wrap>
				</aff>
				<aff id="AFF000002">
					<label>2</label>
					<institution-wrap>
						<institution>Centraal Bureau voor de Statistiek</institution>
					</institution-wrap>
				</aff>
				<aff id="AFF000003">
					<label>3</label>
					<institution-wrap>
						<institution>NL-Lab KNAW</institution>
					</institution-wrap>
				</aff>
			</contrib-group>
			<pub-date publication-format="online">
				<day>17</day>
				<month>11</month>
				<year>2023</year>
			</pub-date>
			<volume content-type="number">12</volume>
			<volume content-type="year">2023</volume>
			<fpage specific-use="PDF">1</fpage>
			<lpage>19</lpage>
			<history>
				<date date-type="received">
					<day>28</day>
					<month>10</month>
					<year>2022</year>
				</date>
				<date date-type="accepted">
					<day>06</day>
					<month>09</month>
					<year>2023</year>
				</date>
				<date date-type="pub">
					<day>17</day>
					<month>11</month>
					<year>2023</year>
				</date>
			</history>
			<permissions>
				<copyright-statement>Copyright 2023 by the author(s).</copyright-statement>
				<copyright-year>2023</copyright-year>
				<copyright-holder>the author(s)</copyright-holder>
				<license license-type="open-access" xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" xlink:title="CC BY">
					<license-p>This is an open access article distributed under the terms of the CC BY 4.0 license.</license-p>
				</license>
			</permissions>
			<self-uri content-type="PDF" xlink:href="DuJAL13267_text.pdf"/>
			<abstract>
				<title>Samenvatting</title>
				<p>Dit artikel gaat over hoe taalkeuze thuis en hoe die taal(vari&#x00EB;teit) bijdraagt aan sociaal kapitaal in Nederland gebaseerd op een representatief nationaal onderzoek (2019) naar sociale cohesie en welzijn en taalgebruik onder ruim 7.500 mensen van 15 jaar of ouder. Sociaal kapitaal is vastgesteld aan de hand van 17 participatie- en vertrouwensindicatoren. Het blijkt dat als een dialect of de regionale taal Nedersaksisch de meest gesproken taal thuis is, het vertrouwensniveau van individuen lager is, terwijl de participatie hoger is vergeleken met de groep die thuis het vaakst Nederlands gebruikt. Het Limburgs en het Fries houden geen verband met vertrouwen en/of participatie. Het gebruik van een &#x2018;andere taal&#x2019; thuis, zoals Engels of Turks, gaat samen met minder participatie. Cruciaal is dat deze studie laat zien dat de sociaal kapitaal index niet gerelateerd is aan taal, maar wel twee onderdelen daarvan: het vertrouwen en de participatie.</p>
			</abstract>
			<trans-abstract xml:lang="eng">
				<title>Abstract</title>
				<p>This article focuses on how language choice and how the language (variety) spoken at home contributes to social capital in the Netherlands. Social capital is measured using 17 participation and trust indicators, based on a representative Dutch national survey on social cohesion and well-being among more than 7,500 people aged 15 years or older in 2019. Our study shows that if a dialect or the regional language Low Saxon is most often spoken at home, individuals&#x2019; trust level is lower, while participation is higher compared to the group that most often uses Dutch at home. Limburgish and Frisian are not related to trust and/or participation. Crucially, this study reveals that the social capital index overall is not related to language but the two parts of it: trust and participation.</p>
			</trans-abstract>
			<kwd-group kwd-group-type="uncontrolled">
				<title>Trefwoorden</title>
				<kwd>sociaal kapitaal</kwd>
				<kwd>vertrouwen</kwd>
				<kwd>meertaligheid</kwd>
				<kwd>steekproefonderzoek</kwd>
			</kwd-group>
			<kwd-group kwd-group-type="uncontrolled" xml:lang="eng">
				<title>Keywords</title>
				<kwd>social capital</kwd>
				<kwd>trust</kwd>
				<kwd>participation</kwd>
				<kwd>multilingualism</kwd>
				<kwd>Dutch survey</kwd>
			</kwd-group>
			<funding-group>
				<funding-statement>None</funding-statement>
			</funding-group>
			<custom-meta-group>
				<custom-meta>
					<meta-name>Conflicting interests</meta-name>
					<meta-value>The authors have declared that conflict of interest did not exist</meta-value>
				</custom-meta>
				<custom-meta>
					<meta-name>Statement of technology use</meta-name>
					<meta-value>No AI-based generative technology was used in preparation of this manuscript and the execution of the research that the manuscript reports upon.</meta-value>
				</custom-meta>
			</custom-meta-group>
		</article-meta>
	</front>
	<body>
		<sec sec-type="heading-1">
			<label>1</label>
			<title>Inleiding</title>
			<p>In dit artikel gaan we in op de relatie tussen het sociaal kapitaal en de taalkeuze en taalgebruik van individuen in Nederland om met elkaar relaties aan te gaan. We maken gebruik van het CBS-onderzoek Sociale Samenhang en Welzijn (SSW), dat in 2019 onder 7.652 personen van 15 jaar en ouder in Nederland is uitgevoerd. Bij het beantwoorden van de vraag &#x2018;Welke taal of dialect wordt bij u thuis het meest gesproken?&#x2019; konden respondenten kiezen uit een lijst met 111 talen en dialecten en de optie &#x2018;andere taal of dialect&#x2019;, met de vervolgvraag naar welke taal of dialect dat is (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2022). De 7.652 personen die aan het onderzoek hebben meegedaan, rapporteren dat zij 149 verschillende talen en dialecten spreken. Ruim drie kwart van de deelnemers spreekt thuis het vaakst Nederlands. De rest spreekt thuis het meest een regionale taal (Fries, Nedersaksisch en Limburgs; 10,2 procent), een dialect (5,4 procent) of een andere taal zoals Engels of Turks (8,2 procent). In hetzelfde SSW-onderzoek is ook gevraagd naar een groot aantal aspecten van de deelname en het vertrouwen in de samenleving oftewel het sociaal kapitaal (zie figuur 1). Het SSW-onderzoek biedt dus de mogelijkheid om de taaldiversiteit in Nederland aan het sociaal kapitaal te relateren. Dit gebeurt op basis van een groot aantal kernindicatoren die ontleend zijn aan het raamwerk &#x2018;Sociale samenhang&#x2019; met de drie pijlers &#x2018;Vertrouwen&#x2019;, &#x2018;Participatie&#x2019; en &#x2018;Integratie&#x2019; (Schmeets, 2008). Meer precies gaan we na op welke wijze het gebruik van taalkeuze en taalgebruik thuis en buitenshuis gerelateerd zijn aan het sociaal kapitaal dat is vastgesteld met 17 indicatoren die betrekking hebben op het vertrouwen in en het meedoen met de samenleving (zie Van Beuningen, &#x0026; Schmeets, 2013). Daarbij stellen we de vraag hoe een specifieke taalkeuze en/of taalgebruik tot uiting komt in relatie met het sociaal kapitaal en welke gevolgen dit heeft.</p>
			<p>Representatieve studies zoals de SSW-studie op basis van steekproefkaders over taalkeuze, taalgebruik en taaldiversiteit voor heel Nederland zijn schaars (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021; 2022). Over sociaal kapitaal en de relatie met sociale cohesie, is uitgebreider gerapporteerd (zie bijvoorbeeld Schmeets, 2015; Hoff, Vrooman, Iedema, Boelhouwer, &#x0026; Kulberg, 2021). Daaruit komt naar voren dat, in tegenstelling tot de beeldvorming, het vertrouwen in de samenleving in Nederland niet is afgenomen, maar zelfs is toegenomen (Schmeets, &#x0026; Exel, 2022). Tot aan de Corona-pandemie in 2020 zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat het meedoen met de samenleving, zoals in sociale contacten, vrijwilligerswerk, en deelname aan politieke acties is afgebrokkeld (CBS, 2022).</p>
			<p>Er blijken in Nederland duidelijke verschillen te zijn tussen bevolkingsgroepen, zoals tussen lager en hoger opgeleiden, en sterke regionale verschillen in zowel het vertrouwen in de medemens en instituties als in de participatie (Schmeets, 2022). Dit roept de vraag op naar de achterliggende oorzaken van deze sociaaleconomische en regionale verschillen in vrijwel alle aspecten van sociaal kapitaal (zie Figuur 1). Een tot dusverre nog niet nader onderzocht onderzoeksterrein is de relatie tussen (indicatoren van) sociaal kapitaal en het taalgebruik thuis en op andere plekken.</p>
			<p>We starten dit artikel met een uiteenzetting van het raamwerk naar sociaal kapitaal. Daarna plaatsen we het sociaal kapitaal in de Nederlandse context. Vervolgens gaan we in op de dataverzameling en de analysestrategie, gevolgd door de empirische resultaten. Het artikel wordt afgerond met discussie en conclusie.</p>
		</sec>
		<sec sec-type="heading-1">
			<label>2</label>
			<title>Taal in het perspectief van sociaal kapitaal en sociale cohesie</title>
			<p>Het concept sociale cohesie is nauw gerelateerd aan sociaal kapitaal, waarbij vaak wordt gerefereerd aan studies van Bourdieu (1986), Coleman (1988; 1990) en Putnam (1995; 2000). Met sociale cohesie wordt meestal gedoeld op collectieve verbanden in de samenleving, terwijl sociaal kapitaal verwijst naar hulpbronnen waarover individuen beschikken. Vaak wordt sociaal kapitaal beschouwd als een bouwsteen van sociale cohesie (Berger-Schmitt, 2002) of als een dimensie naast andere zoals gedeelde waarden, veiligheid en gelijkheid (Beauvais, &#x0026; Jenson, 2002; Kearns, &#x0026; Forrest, 2000; Brock, Kwakernaak, de Meere, &#x0026; Boutellier, 2019), terwijl anderen sociale cohesie eerder zien als een gevolg van sociaal kapitaal (Cot&#x00E9;, &#x0026; Healey, 2001; Jeannotte, 2000).</p>
			<p>Hoewel de meningen verschillen over wat sociale cohesie en sociaal kapitaal precies inhoudt, worden de begrippen &#x2018;sociale netwerken&#x2019; en &#x2018;vertrouwen&#x2019; daarin meestal gebruikt (bv. Paxton, 1999). De participatie van burgers in de samenleving door onderlinge contacten, zowel informeel als in georganiseerd verband, staan centraal. Daarbij is het ook belangrijk dat de mensen in voldoende mate eensgezind zijn over gezamenlijke waarden en normen. Sociaal kapitaal wordt zowel gezien als een gemeenschapsgoed (Neira, Vazquez, &#x0026; Portela, 2009) als een bezit van individuen binnen de gemeenschap (Gannon, &#x0026; Roberts, 2018). Een veelgebruikte definitie komt van de OESO (Cot&#x00E9;, &#x0026; Healy, 2001, p.&#x00A0;41; zie ook Keeley 2007, pp.&#x00A0;102&#x2013;105): &#x201C;networks together with shared norms, values and understandings that facilitate cooperation within or among groups&#x201D;. Het gaat daarbij om collectieve verbanden van mensen binnen en tussen bevolkingsgroepen die begrip voor elkaars meningen hebben. Vertrouwen wordt ofwel noodzakelijk geacht om participatie te bewerkstelligen (Coleman, 1988) ofwel gezien als een gevolg van participatie (Woolcock, 1998). Hoe meer participatie en hoe meer vertrouwen, hoe waarschijnlijker het zal zijn dat er netwerken ontstaan met gezamenlijke waarden en normen, kortom: hoe meer sociaal kapitaal. Dit sociaal kapitaal bevordert niet alleen de economische productiviteit en groei (Knack &#x0026; Keefer, 1997), maar ook het welzijn van mensen (Bourdieu, 1986; Stiglitz, Sen, &#x0026; Fitoussi, 2009; Portela, Neira, &#x0026; Salinas-Jim&#x00E9;nez, 2013).</p>
			<p>Voor het vaststellen van het sociaal kapitaal sluiten we aan bij het in 2008 ontwikkelde meetinstrument met de twee pijlers &#x2018;participatie&#x2019; en &#x2018;vertrouwen&#x2019; (Schmeets, 2008, zie Figuur 1). Binnen de dimensie participatie gaat het om de mate waarin mensen: (a) banden of netwerken met elkaar aangaan en elkaar hulp en steun verlenen, (b) meedoen in maatschappelijke organisaties, zoals het lid zijn van verenigingen en organisaties en zich inzetten als vrijwilliger en (c) deelnemen aan politieke activiteiten. Dit sluit aan op het onderscheid in &#x2018;social&#x2019;, &#x2018;civic&#x2019; en &#x2018;political&#x2019; (Eliasoph, 1998; Van der Meer, 2009), ofwel in drie niveaus: micro (sociaal), meso (organisaties) en macro (politiek). Waar participatie gaat over gedrag, behelst de dimensie vertrouwen meer een perceptie van de goede bedoelingen van anderen en in publieke, private en politieke instituties. Net als participatie, is het vertrouwen ook op drie niveaus vastgesteld: (a) vertrouwen in andere mensen, (b) vertrouwen in organisaties en (c) vertrouwen in de politiek. Op basis van 17 indicatoren die in het raamwerk passen, is een index geconstrueerd die als een meetlat fungeert om het sociaal kapitaal van personen vast te stellen (Van Beuningen, &#x0026; Schmeets, 2013).</p>
			<fig orientation="portrait" position="float">
				<caption>
					<title>Figuur&#x00A0;1</title>
					<p>Structureel model van de sociaalkapitaalindex</p>
				</caption>
				<graphic xlink:href="DuJAL13267_i0001.png"/>
			</fig>
			<p>Zoals vermeld voorziet het raamwerk sociale samenhang in een derde dimensie: de integratie. Dit betreft in de eerste plaats de mate waarin &#x00E1;lle leden van een samenleving participeren, zoals sociale contacten onderhouden, actief zijn in organisaties, en betrokken zijn bij de politiek. En tevens dat allen fiducie hebben in instituties en in andere personen. Niet alleen contact en vertrouwen binnen wisselende (sub)groepen, maar ook tussen die groepen is daarbij van belang. Er is sprake van meer integratie in een samenleving als mensen uit groepen &#x2018;van bovenaf&#x2019; gedefinieerd&#x00A0;&#x2013; zoals jongeren versus ouderen, hoger en lager opleidings- en inkomensgroepen, mensen met een verschillende religieuze, culturele of nationale achtergrond&#x00A0;&#x2013; binding hebben met en vertrouwen hebben in elkaar en zich dus in een voortdurend proces met elkaar, van &#x2018;onderaf&#x2019;, sociaal, etnisch, religieus en/of regionaal identificeren. Daarvoor moeten deze personen idee&#x00EB;n, gevoelens en meningen met elkaar uitwisselen (Cornips, de Rooij &#x0026; Stengs, 2012). Sociaal kapitaal wordt gevormd door sociale netwerken van individuen, en taalkeuze en taalgebruik zijn cruciaal in sociale gebeurtenissen waar het gevoel van ergens &#x2018;bij te horen&#x2019; ontstaat en waar groepsidentiteiten en dus sociale relaties ontstaan die al dan niet bestendigd worden (Cornips, de Rooij, &#x0026; Stengs 2012; Eckert 2012). Taalkeuze en taalgebruik kunnen cruciaal zijn in het al dan niet identificeren met elkaar. Naarmate mensen zich talig meer met elkaar identificeren, zal het sociaal kapitaal toenemen. Door taalkeuze en taalgebruik dus te zien als een vorm van sociaal kapitaal, draagt &#x2018;taal&#x2019; bij aan het sociaal kapitaal. Immers: voor sociale netwerken is talige interactie cruciaal (Clark, 2006). En als dergelijke talige identificatieprocessen niet alleen plaatsvinden binnen bepaalde bevolkingsgroepen, maar ook tussen deze groepen en tussen wisselende groepen, zal dit ten goede komen aan iedereen en tegenstellingen tussen groepen in het vertrouwen in en in het meedoen met de samenleving afnemen. Dat zal de sociale cohesie versterken.</p>
			<p>Bourdieu (1986) linkt het taalgebruik aan het culturele kapitaal. &#x2018;Taal&#x2019; is immers een cultureel bindmiddel met een dubbele rol: taal is voor mensen een middel om cultuur te (re)produceren, maar taal vormt zelf ook het hart van cultuur (Cornips, 2014) waarmee het culturele kapitaal wordt opgebouwd (Bourdieu, 1986). Kapitaal is volgens Bourdieu een hulpbron die uiteindelijk een bepaalde machtsbasis genereert. Hij onderscheidt diverse kapitaalvormen, zoals economisch, sociaal, en cultureel kapitaal die elkaar niet alleen versterken, maar ook onderling inwisselbaar zijn. Taal behoort tot het type cultureel kapitaal dat mensen binnen de sociale klasse waartoe ze behoren in hun opvoeding meekrijgen en verder ontwikkelen waarbij het onderwijs een essenti&#x00EB;le rol vervult. Zo is het taalgebruik, mondeling en schriftelijk, verbonden aan de manier waarop een bepaalde sociale klasse communiceert. In die zin is het spreken van bijvoorbeeld Nederlands, een dialect of een regionale taal een indicatie van de sociale klasse of sociale groep waartoe de persoon behoort en/of wil behoren, en zich daarmee al dan niet identificeert. Naast accenten, woordenschat, dialecten en grammatica kan men hierbij ook denken aan de beheersing van het Engels als &#x2018;hypercentrale&#x2019; taal in de globale economie en cultuur (De Swaan, 2001), en ook aan meertaligheid en digitale vaardigheden die voor het culturele kapitaal van belang zijn (Androutsopoulos, 2015). Maar taal vormt of draagt ook altijd macht (Bourdieu, 1991). De taal van de elite in het verleden en heden bepaalt immers wie het Algemeen Nederlands en/of wie een regionale taal, dialect of andere vari&#x00EB;teit spreekt, en deze definities zijn altijd verstrengeld met kennisproductie en noties van gezag en legitimiteit. Vooral in het onderwijs is herkenbaar welk soort Nederlands het &#x2018;juiste&#x2019; Nederlands volgens de elite is (namelijk datgene dat de elite als thuistaal spreekt). Op deze wijze (re)produceren educatieve instellingen (sociale) ongelijkheid (Bourdieu, 1986). Zo zal het (willen) behoren bij een groep die een specifieke (regionale) taal of dialect gebruikt in de communicatie betekenen dat vanuit deze &#x2018;in-groep&#x2019; anders sprekenden, de &#x2018;out-groep&#x2019; uitsluit. In termen van sociaal kapitaal houdt dit in dat de &#x2018;&#x00ED;n-groep&#x2019; zich vooral zal toeleggen op het &#x2018;bonding capital&#x2019; in plaats van het overbruggende &#x2018;bridging capital&#x2019;. Dat kan inhouden dat de groep die niet primair communiceert in het Nederlands, meer afstand voelt en neemt van de uitsluitend Nederlandssprekende groep en waarschijnlijk zich dus minder verbonden voelt met nationale publieke, private en politieke instituties. Tegelijkertijd zal deze &#x2018;out-groep&#x2019; zich toeleggen op het versterken van de onderlinge band door dezelfde wijze van spreken. Dat zal inhouden dat ze met elkaar sociale contacten onderhouden, ze deelnemen aan organisaties door zich in te zetten als vrijwilliger of actief te zijn in verenigingen, en betrokken zijn bij acties om de politiek te be&#x00EF;nvloeden. Hier zal doorheen spelen dat deze processen lokaal zijn: bij de ene groep sprekers van een dialect of een regionale of andere taal zal dit een grotere rol spelen dan bij de andere.</p>
		</sec>
		<sec sec-type="heading-1">
			<label>3</label>
			<title>Taal en sociaal kapitaal</title>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>3.1</label>
				<title>Methode: dataverzameling over taalgebruik in Nederland</title>
				<p>In 2019 is een aantal vragen over taalgebruik thuis en op andere plekken in het CBS-onderzoek Sociale Samenhang en Welzijn (SSW) opgenomen (zie kader). Het SSW is een landelijk onderzoek dat in 2012 is ontstaan uit een herontwerp van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS).<xref ref-type="fn" rid="FN000001"><sup>1</sup></xref> Voor het SSW worden op maandbasis landelijke steekproeven getrokken uit de steekproefkaders van het CBS. De geselecteerde personen worden benaderd met een aanschrijfbrief waarbij tevens een VVV-bon ter waarde van 5 euro is bijgevoegd. Met dergelijke &#x2018;incentives&#x2019; wordt beoogd om de respons te optimaliseren. Voor de dataverzameling wordt gebruik genaakt van een zogenoemd &#x2018;sequentieel mixed-mode&#x2019; ontwerp. Eerst wordt gevraagd om de vragen in de vragenlijst via internet te beantwoorden, en als dat na twee herinneringen geen respons oplevert wordt overgegaan tot een telefonische benadering dan wel tot een bezoek door een interviewer bij de desbetreffende persoon thuis. Gemiddeld zijn zo&#x2019;n 23 minuten nodig om de vragen te beantwoorden. De taalvragen (zie kader) behoren tot het &#x2018;variabele deel&#x2019; van het onderzoek waar jaarlijks bijna 4 minuten gemiddeld per respondent voor is gereserveerd. In 2019 hebben 7654 van de 14.232 benaderde personen van 15 jaar of ouder gerespondeerd. Dit komt overeen met een respons van 53,8 procent: 40,1 procent via internet, 9,3 procent telefonisch en 4,4 procent bij de personen thuis. Vervolgens wordt nagegaan welke bevolkingsgroepen over- en ondervertegenwoordigd zijn, en zorgt de weging ervoor dat dit wordt rechtgetrokken. Bij de constructie van dit weegmodel wordt, met het oog op het tegengaan van vertekening als gevolg van de non-respons, specifiek nagegaan welke effecten de modellen hebben op de kernvariabelen in het onderzoek.</p>
				<disp-quote>
					<p><bold>Vraagteksten</bold></p>
					<p>De volgende vragen gaan over de talen of dialecten die u in het dagelijks leven spreekt of gebruikt.</p>
					<list list-type="bullet">
						<list-item>
							<p>Welke taal of welk dialect wordt bij u thuis het meest gesproken?</p>
						</list-item>
						<list-item>
							<p>Indien de taal niet in de lijst voorkomt, vul dan &#x2018;anders&#x2019; in.</p>
						</list-item>
						<list-item>
							<p><italic>Indien [Anders] of [Dialect]</italic></p>
						</list-item>
						<list-item>
							<p>Welke taal of welk dialect is het dan?</p>
						</list-item>
						<list-item>
							<p>Waar spreekt u deze taal of dit dialect nog meer?</p>
							<p>
								<list list-type="order">
									<list-item>
										<p>Op het werk of op school</p>
									</list-item>
									<list-item>
										<p>Bij offici&#x00EB;le instanties, zoals het gemeentehuis of in het ziekenhuis</p>
									</list-item>
									<list-item>
										<p>In winkels of de horeca</p>
									</list-item>
									<list-item>
										<p>In het dorp of de stad waar u woont</p>
									</list-item>
									<list-item>
										<p>Met buren of vrienden</p>
									</list-item>
								</list>
							</p>
						</list-item>
					</list>
					<p>Kader: Taalvragen die gesteld zijn in het CBS onderzoek Sociale samenhang en Welzijn</p>
				</disp-quote>
			</sec>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>3.2</label>
				<title>Taalkeuze en taalgebruik in Nederland</title>
				<p>Uit het SSW-onderzoek komt naar voren dat in Nederland minstens 149 verschillende talen en dialecten het meest als thuistaal worden gesproken (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2022). Een groepering van deze talen leert dat bij ruim driekwart meestal thuis in het Nederlands wordt gecommuniceerd. Bij een kwart domineert thuis dus niet het Nederlands: 8,2 procent spreekt het meest een andere taal; 10,2 procent een regionale taal die door de Nederlandse overheid erkend is (4,8 procent Nedersaksisch; 3,4 procent Limburgs, 2,0 procent Fries), en 5,3 procent een dialect. Het label &#x2018;dialect&#x2019; is natuurlijk wel een uitkomst van politieke machtsverhoudingen. Lokale manieren van spreken in de periferie van Nederland (de &#x2018;landranden&#x2019;) worden traditioneel als &#x2018;dialect&#x2019; bestempeld maar niet die lokale manieren van spreken in het westen&#x00A0;&#x2013; het politieke centrum&#x00A0;&#x2013; van Nederland. Daarmee zijn de labels &#x2018;dialect&#x2019; en &#x2018;Nederlands&#x2019; uitvloeisels van taalideologische opvattingen waarop geografische distributies van taalgebruik gebaseerd zijn (Cornips, de Rooij, &#x0026; Stengs 2012).<xref ref-type="fn" rid="FN000002"><sup>2</sup></xref> De vijf meest gesproken &#x2018;andere talen&#x2019; thuis zijn het Engels (1,6 procent), Turks (0,9 procent), Marokkaans Arabisch/Berber (0,8 procent), Chinees/Mandarijn (0,4 procent) en Pools (0,4 procent). De regionale talen worden gesproken in specifieke provincies, zoals het Limburgs in de provincie Limburg, het Fries in de provincie Friesland, en het Nedersaksisch in de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland (zie figuur&#x00A0;2; Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021). Verder worden dialecten die niet behoren tot een van de regionale talen door respondenten opgegeven in de provincies Zeeland en Noord-Brabant. En meer dan 1 op de 10 inwoners in de provincies Flevoland, Noord- en Zuid-Holland communiceert thuis meestal in een &#x2018;andere taal&#x2019;.</p>
				<p>De taal die thuis het meest wordt gesproken is niet gelijk over de bevolkingsgroepen verdeeld (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021). Zo rapporteren meer vrouwen dan mannen thuis vooral Nederlands te spreken en iets minder vaak dialect, Nedersaksisch of een andere taal. Het Nedersaksisch en het Limburgs worden thuis vaker door ouderen dan jongeren gesproken. Vooral het opleidingsniveau zorgt voor veel verschil in taalgebruik. Naarmate het opleidingsniveau hoger is, is het Nederlands vaker de dominante taal. Een &#x2018;andere taal&#x2019; is bovengemiddeld de voertaal van zowel de laagst- als de hoogstopgeleiden. Hierbij speelt doorheen dat Engels relatief vaak door hoger opgeleiden wordt gebruikt, terwijl talen zoals Turks, Pools, Chinees, Turks, Marokkaans Arabisch/Berber vaker door de lager opgeleiden thuis wordt gesproken.</p>
				<fig orientation="portrait" position="float">
					<caption>
						<title>Figuur&#x00A0;2</title>
						<p>Meest gesproken taal thuis naar provincie. Bron: Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021</p>
					</caption>
					<graphic xlink:href="DuJAL13267_i0002.png"/>
				</fig>
			</sec>
		</sec>
		<sec sec-type="heading-1">
			<label>4</label>
			<title>Sociaal kapitaal index: vertrouwen en participatie</title>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>4.1</label>
				<title>Sociaal kapitaal index: model specificatie</title>
				<p>Zoals weergegeven in figuur 1 is een meetlat ontwikkeld op basis van 17 indicatoren die resulteren in twee dimensies&#x00A0;&#x2013; vertrouwen en participatie&#x00A0;&#x2013; die samen het sociaal kapitaal vormen. Deze samenvattende sociaal kapitaal index, alsook de twee onderliggende dimensies, heeft een gemiddelde waarde van 0,0 en een standaarddeviatie van 1,0. Mensen met een score op de meetlat die hoger (lager) is dan nul, hebben meer (minder) sociaal kapitaal dan gemiddeld. De laagste score op de meetlat van 2019 is &#x2013;3,3, de hoogste 2,3. De meetlat is geschat met een zogenoemd padmodel waarbij de dimensies niet geobserveerd zijn, maar met behulp van een of meerdere indicatoren worden gemeten. Om de index te maken is een (voornamelijk) formatief in plaats van een reflectief meetmodel gebruikt. Dit is gebeurd omdat 16 van de 17 indicatoren in het model in feite onafhankelijke aspecten zijn en niet noodzakelijkerwijs met elkaar samenhangen, zoals wel het geval is bij de reflectieve modellen. De correlaties tussen en binnen dimensies zijn relatief laag. Traditionele reflectieve methoden, zoals factor analyse, zijn hierdoor niet geschikt voor de index aangezien deze gebaseerd zijn op het maximaliseren van correlaties. Vandaar dat een hi&#x00EB;rarchisch padmodel is gehanteerd waarbij indicatoren samen een dimensie vormen. Met uitzondering van het sociaal vertrouwen zijn alle dimensies formatief gemodelleerd, en zijn Partial Least Squares schattingen gebruikt (SEM-PLS) om het model te schatten. Deze schattingsmethode maximaliseert de verklaarde variantie van de combinatie van indicatoren in plaats van het maximaliseren van correlaties. Deze methode heeft als voordelen dat formatieve en reflectieve meetmodellen gecombineerd kunnen worden, de data niet normaal verdeeld hoeven te zijn en multicollineariteit geen probleem is. Meer technische details over de ontwikkeling van de meetlat staan vermeld in Van Beuningen &#x0026; Schmeets (2013).</p>
				<table-wrap>
					<caption>
						<title>Tabel 1</title>
						<p>Scores op indexen sociaal kapitaal, vertrouwen en participatie naar meest gesproken taal thuis</p>
					</caption>
					<table frame="void" cellpadding="5">
						<thead>
							<tr>
								<th>
									<p></p>
								</th>
								<th>
									<p>Sociaal kapitaal</p>
								</th>
								<th>
									<p>Vertrouwen</p>
								</th>
								<th>
									<p>Participatie</p>
								</th>
							</tr>
						</thead>
						<tbody>
							<tr>
								<td>
									<p>Nederlands</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,025</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,029</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,007</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Dialect of regionale taal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,196</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,217</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,077</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Andere taal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,340</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,128</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,489</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Totaal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,039</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,023</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,047</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>F-waarden ***</p>
								</td>
								<td>
									<p>54,3</p>
								</td>
								<td>
									<p>33,2</p>
								</td>
								<td>
									<p>68,8</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>P-waarde</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
						</tbody>
					</table>
					<table-wrap-foot>
						<p>*** p &#x003C; 0,001</p>
					</table-wrap-foot>
				</table-wrap>
			</sec>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>4.2</label>
				<title>Resultaten sociaal kapitaal index en dimensies vertrouwen en participatie</title>
				<p>Beschrijvende analyses laten zien dat bij zowel de beide dimensies&#x00A0;&#x2013; het vertrouwen en de participatie&#x00A0;&#x2013; als de 17 onderliggende indicatoren vooral een driedeling te zien is in het taalgebruik thuis: (1) Nederlands; (2) Regionale taal of dialect; (3) Andere taal. In tabel 1 zijn de gemiddelden weergegeven. De totalen liggen iets onder de 0,000: &#x2013;0,039 (sociaal kapitaal), &#x2013;0,023 (vertrouwen) en &#x2013;0,047 (participatie). Dit wordt veroorzaakt omdat het model is vastgesteld op basis van de ongewogen data, terwijl de bevindingen in de tabel gebaseerd zijn op gewogen data om te corrigeren voor de over- en ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen die aan het SSW-onderzoek hebben meegedaan. Aangezien vooral groepen met weinig vertrouwen en minder participatie zijn ondervertegenwoordigd, zorgt de weging ervoor dat de gemiddelden iets naar beneden worden bijgesteld.</p>
				<p>Uit de tabel valt verder af te lezen dat de groep die thuis vooral Nederlands gebruikt, de hoogste score heeft op de sociaal kapitaal index, gevolgd door de groep die vooral als voertaal een dialect of regionale taal gebruikt. De laagste score is te zien bij de groep die in een &#x2018;andere taal&#x2019; communiceert. Dit patroon strookt niet met de cijfers op basis van de twee afzonderlijke dimensies. Zo heeft de groep die in een dialect of regionale taal communiceert het laagste vertrouwen, terwijl de laagste participatie te zien is bij de groep die vooral thuis in een &#x2018;andere taal&#x2019; met elkaar spreekt.</p>
				<p>Om na te gaan of dit taalgebruik een aparte, aanvullende, rol speelt is op basis van deze driedeling een aantal regressieanalyses uitgevoerd. Naast geslacht, leeftijd en opleiding zijn de volgende controlekenmerken opgenomen waarvan bekend is dat ze gerelateerd zijn aan taalgebruik: burgerlijke staat, besteedbaar huishoudensinkomen en migratieachtergrond (Schmeets &#x0026; Cornips, 2021). Daarnaast is tevens gecorrigeerd voor culturele (en talige) verschillen tussen regio&#x2019;s door de opname van provincie als aanvullende controle.</p>
			</sec>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>4.3</label>
				<title>Taalkeuze: sociaal kapitaal, vertrouwen en participatie</title>
				<p>De resultaten tonen aan dat taalkeuze nauwelijks bijdraagt aan sociaal kapitaal (Tabel 2). De samenvattende index leert dat er geen verschil is tussen de groep die thuis een dialect of een regionale taal gebruikt en de groep die Nederlands als voertaal heeft. Wel is het sociaal kapitaal van de groep die thuis een &#x2018;andere taal&#x2019; gebruikt iets lager (p &#x003C; 0,05). Duidelijk komt de relatie tussen taalgebruik en het vertrouwen naar voren: de groep die thuis vooral Nederlands spreekt heeft meer vertrouwen dan de groep die in het dialect of in een regionale taal met elkaar communiceert (p &#x003C; 0,01), maar de uitsluitend Nederlandssprekenden onderscheiden zich in vertrouwen niet van de groep die gebruik maakt van een &#x2018;andere taal&#x2019;. Dit betekent dat deze laatstgenoemde groep ook veel vertrouwen heeft. En bij de participatie dimensie komt duidelijk naar voren dat de groep die vooral in het Nederlands communiceert minder aan de samenleving deelneemt dan de groep die een dialect of regionale taal (p &#x003C; 0,01) spreekt, maar wel meer participeert dan de groep die thuis een &#x2018;andere taal&#x2019; gebruikt (p &#x003C; 0,001).</p>
				<p>Deze regressieanalyses zijn ook uitgevoerd met de oorspronkelijke indeling in zes taalgroepen, dus waarbij, in plaats van de driedeling, de regionale talen Limburgs, Fries en Nedersaksisch en de dialectgroep separaat zijn opgenomen in de regressiemodellen. De bevindingen duiden er op dat bij geen van de zes taalgroepen er een relatie met de sociaal kapitaal index is (zie Tabel 3).<xref ref-type="fn" rid="FN000003"><sup>3</sup></xref> De zesdeling biedt overigens een ander perspectief bij het vertrouwen en de participatie dan de eerdergenoemde driedeling. Voor deze twee onderliggende dimensies van het sociaal kapitaal&#x00A0;&#x2013; vertrouwen en participatie&#x00A0;&#x2013; is het gebruik van een dialect en het Nedersaksisch relevant, maar niet het Limburgs en het Fries. De eerstgenoemde groepen, dus de groepen die thuis in het dialect of in het Nedersaksisch communiceren hebben minder vertrouwen (onderling en in instituties) dan de uitsluitend Nederlandssprekende groep en de Fries en Limburgs sprekenden. Dit zien we ook bij de participatie: indien thuis dialect of Nedersaksisch wordt gesproken dan is de participatie groter, maar dat geldt niet voor het Fries of Limburgs.</p>
				<table-wrap>
					<caption>
						<title>Tabel 2</title>
						<p>Regressie-analyses indexen sociaal kapitaal, vertrouwen en participatie naar taalgebruik thuis en achtergrondkenmerken</p>
					</caption>
					<table frame="void" cellpadding="5">
						<thead>
							<tr>
								<th>
									<p></p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Sociaal kapitaal</p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Vertrouwen</p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Participatie</p>
								</th>
							</tr>
							<tr>
								<th>
									<p></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
							</tr>
						</thead>
						<tbody>
							<tr>
								<td>
									<p>Intercept</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;1,018</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,077</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,818</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,083</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,851</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,079</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Geslacht (man=ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Vrouw</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,056</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,021</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,062</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,022</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,018</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,021</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Leeftijd</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,086</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,007</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,056</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,008</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,091</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,008</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Burgerlijke staat (gehuwd =ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Gescheiden</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,235</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,037</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,240</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,039</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,120</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,038</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Weduwe/weduwnaar</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,024</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,048</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,127</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,051</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,225</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,049</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Ongehuwd</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,083</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,028</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,009</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,030</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,157</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,029</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Opleiding</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,344</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,010</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,265</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,011</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,301</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,010</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Inkomen huishouden</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,125</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,010</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,088</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,011</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,124</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,010</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Migratieachtergrond (NL =ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Generatie 1</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,243</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,038</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,100</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,041</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,334</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,039</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Generatie 2</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,216</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,034</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,179</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,037</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,169</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,035</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Provincie (Limburg = ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Groningen</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,078</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,067</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,009</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,072</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,117</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,069</p>
								</td>
								<td>
									<p>T</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Friesland</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,243</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,065</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,263</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,070</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,107</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,067</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Drenthe</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,014</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,071</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,008</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,076</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,017</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,073</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Overijssel</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,177</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,056</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,169</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,060</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,110</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,057</p>
								</td>
								<td>
									<p>T</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Flevoland</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,003</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,079</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,034</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,084</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,044</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,081</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Gelderland</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,172</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,050</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,161</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,054</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,112</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,051</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Utrecht</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,271</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,055</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,224</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,060</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,220</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,057</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Noord-Holland</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,189</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,048</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,196</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,052</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,096</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,049</p>
								</td>
								<td>
									<p>T</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Zuid-Holland</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,089</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,047</p>
								</td>
								<td>
									<p>T</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,082</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,050</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,061</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,048</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Zeeland</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,020</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,079</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,002</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,085</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,036</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,081</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Noord-Brabant</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,118</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,047</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,141</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,051</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,035</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,049</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Taal thuis (Nederlands =ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Dialect of regionale taal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,037</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,031</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,106</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,033</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,083</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,032</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Andere taal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,090</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,046</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,019</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,049</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,204</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,047</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Verklaarde variantie</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,261</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,151</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,227</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
						</tbody>
					</table>
					<table-wrap-foot>
						<p>T p &#x003C; 0,1; * p &#x003C; 0,05; ** p &#x003C; 0,01; *** p &#x003C; 0,001</p>
					</table-wrap-foot>
				</table-wrap>
				<table-wrap>
					<caption>
						<title>Tabel 3</title>
						<p>Regressie-analyses indexen sociaal kapitaal, vertrouwen en participatie naar taalgebruik thuis (uitgebreid) en achtergrondkenmerken 1)</p>
					</caption>
					<table frame="void" cellpadding="5">
						<thead>
							<tr>
								<th>
									<p></p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Sociaal kapitaal</p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Vertrouwen</p>
								</th>
								<th colspan="3">
									<p>Participatie</p>
								</th>
							</tr>
							<tr>
								<th>
									<p></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>B</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>Std.fout</bold></p>
								</th>
								<th>
									<p><bold>sign</bold>.</p>
								</th>
							</tr>
						</thead>
						<tbody>
							<tr>
								<td>
									<p>Taal thuis (NL = ref.)</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Dialect</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,024</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,050</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,131</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,054</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,140</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,051</p>
								</td>
								<td>
									<p>**</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Nedersaksisch</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,030</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,052</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,117</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,056</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,119</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,053</p>
								</td>
								<td>
									<p>*</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Fries</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,034</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,084</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,080</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,091</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,049</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,087</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Limburgs</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,074</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,074</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,048</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,079</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,078</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,076</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Andere taal</p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,070</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,045</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,058</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,048</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>&#x2013;0,218</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,046</p>
								</td>
								<td>
									<p>***</p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
							<tr>
								<td>
									<p>Verklaarde variantie</p>
								</td>
								<td>
									<p>0,260</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,148</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p>0,225</p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
								<td>
									<p></p>
								</td>
							</tr>
						</tbody>
					</table>
					<table-wrap-foot>
						<p>1) Gecontroleerd voor achtergrondkenmerken (zie tabel 2). T p &#x003C; 0,1; * p &#x003C; 0,05; ** p &#x003C; 0,01; *** p &#x003C; 0,001</p>
					</table-wrap-foot>
				</table-wrap>
				<p>Bij de groep die thuis Limburgs spreekt is de relatie met participatie zelfs negatief (t = &#x2013;1,16; p &#x003E; 0,10) hoewel die niet statistisch significant is. Het aanvullend toetsen van de participatie tussen de groep die Limburgs en de groep die dialect spreekt, laat zien dat het Limburgs spreken samengaat met minder deelname aan de samenleving vergeleken met de groep die thuis het vaakst een dialect spreekt.</p>
			</sec>
			<sec sec-type="heading-2">
				<label>4.4</label>
				<title>Sociaal kapitaal, vertrouwen en participatie van bevolkingsgroepen</title>
				<sec sec-type="heading-3">
					<label>4.4.1</label>
					<title>Geslacht, leeftijd en burgerlijke staat</title>
					<p>Uit tabel 2 valt af te lezen dat vrouwen lager scoren op de sociaal kapitaal index dan mannen (b = &#x2013;0,056; p &#x003C; 0,01) door een lager vertrouwen (b = &#x2013;0.062; p &#x003C; 0,01) maar niet bij participatie (p &#x003E; 0,10).</p>
					<p>Naarmate een persoon ouder is neemt het sociaal kapitaal af, is er minder vertrouwen in de samenleving, en is de deelname aan de samenleving geringer.</p>
					<p>Naast geslacht en leeftijd is ook de burgerlijke staat onderscheidend. Gehuwden laten doorgaans hogere scores zien op de drie indexen dan de personen die gescheiden, verweduwd of ongehuwd zijn. Vooral gescheiden personen bezitten minder sociaal kapitaal, hebben minder vertrouwen in en nemen minder deel aan de samenleving dan gehuwden. Ook personen die ongehuwd, een weduwe of weduwnaar zijn, participeren minder dan gemiddeld in de samenleving.</p>
				</sec>
				<sec sec-type="heading-3">
					<label>4.4.2</label>
					<title>Opleiding, inkomen, herkomst en provincie</title>
					<p>De hulpbronnen in de vorm van opleiding en het te besteden inkomen zijn evenzeer relevante factoren voor het opgebouwde sociaal kapitaal, het vertrouwen en de participatie. Bovendien blijkt dat voor de hoogte van de scores op deze drie indexen de opleiding sterker bepalend is dan het beschikbare geld binnen een huishouden.</p>
					<p>Migranten die in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en de groep die in Nederland is geboren (de tweede generatie) vertonen een lager sociaal kapitaal dan de oorspronkelijke Nederlandse groep. Ook zijn de scores voor vertrouwen en participatie zijn lager bij beide migrantengroepen dan bij de Nederlandse groep. Bovendien blijkt dat vooral de tweede generatie migranten minder vertrouwen toont, terwijl de eerste generatie vooral minder participeert in de samenleving.</p>
					<p>Eveneens is het wonen in een specifieke provincie van belang voor het sociaal kapitaal. Limburg scoort lager op vertrouwen en iets minder op participatie dan de zeven andere provincies waaronder vooral Utrecht, Noord-Holland, Friesland, Overijssel en Gelderland.</p>
				</sec>
				<sec sec-type="heading-3">
					<label>4.4.3</label>
					<title>Robuustheidsanalyses</title>
					<p>Voorts is er een aantal robuustheidsanalyses uitgevoerd, waarbij de regressieanalyses betrekking hebben op specifieke provincies waar thuis vooral een dialect of regionale taal gesproken wordt. Deze regressieanalyses bevestigen de resultaten gebaseerd op de totale steekproef. Binnen de desbetreffende provincies worden soms wel (Nedersaksisch en dialect) en soms niet (Limburgs en Fries) relaties tussen taalgebruik en het vertrouwen en de participatie gevonden (zie hierboven).</p>
					<p>Als aanvullende controle is de stedelijkheidsgraad in de modellen toegevoegd. Stedelijkheid hangt samen met taalgebruik thuis: Nederlands en een &#x2018;andere taal&#x2019; worden bovengemiddeld in verstedelijkte gebieden gesproken, terwijl een regionale taal of een dialect vaker op het platteland wordt gesproken (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021).<xref ref-type="fn" rid="FN000004"><sup>4</sup></xref> Sociale netwerken zijn in steden minder hecht en anders opgebouwd dan op het platteland. Denkbaar is dat de invloed van de taalkeuze en het taalgebruik op (aspecten van) sociaal kapitaal in steden via een ander mechanisme verloopt dan op het platteland, en dat dit per provincie verschilt. Door stedelijkheidsgraad op te nemen wordt tevens gecorrigeerd voor de culturele verschillen in woongebieden boven op de cultuurverschillen tussen de provincies. De extra controle voor de relaties tussen taalgebruik en de drie indexen leveren nauwelijks nieuwe informatie op.</p>
				</sec>
				<sec sec-type="heading-3">
					<label>4.4.4</label>
					<title>Taalkeuze op andere plekken</title>
					<p>Van de groep die thuis geen Nederlands gebruikt, is doorgevraagd of ze het dialect, de regionale of andere taal ook op andere plekken spreken. Dat doet 88 procent in gesprekken met vrienden en buren, 66 procent in hun dorp of stad, 49 procent in winkels of de horeca, 43 procent op school of op het werk, en 27 procent bij offici&#x00EB;le instanties zoals een gemeentehuis of ziekenhuis. In een vervolganalyse is de groep die thuis het meest een dialect of regionale taal spreekt verder opgesplitst naar vijf domeinen buitenshuis, namelijk het spreken van dialect/regionale taal met vrienden en buren, in dorp of stad, in winkels of horeca, op school of werk en bij offici&#x00EB;le instanties. De scores op de sociaal kapitaal index en op de beide dimensies (vertrouwen en participatie) zijn gelijk voor beide groepen. Het maakt dus niet uit of de respondenten een dialect/regionale alleen thuis spreken of ook buitenshuis.</p>
				</sec>
			</sec>
		</sec>
		<sec sec-type="heading-1">
			<label>5</label>
			<title>Discussie en conclusie</title>
			<p>In dit artikel bespraken we de relatie tussen de taalkeuze en taalgebruik en een aantal aspecten van de deelname en het vertrouwen in de samenleving, het zogenoemde sociaal kapitaal van individuen in Nederland. We hebben gebruik gemaakt van het CBS-onderzoek Sociale Samenhang en Welzijn (SSW), dat in 2019 onder 7.652 personen van 15 jaar en ouder in Nederland is uitgevoerd. In dit onderzoek is zowel de taalkeuze en het taalgebruik thuis en op andere plekken bevraagd alsook een groot aantal aspecten van de participatie en het vertrouwen in de samenleving oftewel het sociaal kapitaal. Driekwart van de 15-plussers spreekt thuis meestal Nederlands, en een kwart doet dat in een regionale taal, een dialect, of in een andere taal zoals in het Engels of in het Turks. Op basis van dit SSW-onderzoek hebben we de taaldiversiteit in Nederland gerelateerd aan het sociaal kapitaal. Door, naast een groot aantal demografische en sociaaleconomische kenmerken, bovendien te controleren voor provincie worden de effecten van taal en de effecten van aan de provincie gebonden culturele aspecten uiteengerafeld. De verwachting die we hadden is dat er een verschil te vinden zou zijn tussen de &#x2018;in-groep&#x2019; die het meest in het Nederlands communiceert en de anders sprekende &#x2018;out-groep&#x2019;, dat wil zeggen degenen die voornamelijk in een dialect, regionale taal of &#x2018;andere taal&#x2019; communiceren. Binnen deze verwachting voelt en neemt de &#x2018;out-groep&#x2019; meer afstand tot de Nederlandssprekende &#x2018;in-groep&#x2019; dat zich in minder vertrouwen in de nationale publieke, private en politieke instituties manifesteert. Tegelijkertijd legt deze &#x2018;out-groep&#x2019; zich toe op het versterken van de onderlinge band door het spreken van dialect, regionale taal of andere talen in hun sociale contacten en deelname aan de samenleving.</p>
			<p>De resultaten van ons onderzoek hoe een specifieke taalkeuze en/of taalgebruik tot uiting komt in relatie met het sociaal kapitaal en welke gevolgen dit heeft, zijn echter als volgt. Ten eerste blijkt dat het taalgebruik thuis niet gerelateerd is aan het sociaal kapitaal. Er is echter wel een relatie met de twee onderliggende dimensies van sociaal kapitaal: er is minder vertrouwen in de samenleving bij degenen die thuis meestal in een dialect of in een regionale taal spreken. Daar tegenover staat dat zij wel meer aan de samenleving deelnemen zoals in hun sociale contacten, als vrijwilligers en in het verenigingsleven. Dit resultaat is echter alleen te vinden bij sprekers van het Nedersaksisch en van een dialect, en niet bij de sprekers van de twee andere regionale talen het Limburgs en Fries. Een belangrijke uitkomst is dus dat de betekenis van het spreken van een regionale taal of dialect lokaal verschillend is. De duiding hiervan is lastig. Limburg staat te boek als een provincie waarvan de inwoners weinig vertrouwen hebben, zowel onderling als in publieke en politieke instituties (Schmeets, 2018a). Ook is er veel minder participatie, zoals het laagste aandeel vrijwilligers laat zien (Schmeets, 2018b). Friesland staat in het vertrouwen lijnrecht tegenover Limburg, en heeft&#x00A0;&#x2013; samen met de provincie Utrecht&#x00A0;&#x2013; de hoogste score op de sociaal kapitaal index. Blijkbaar zijn er in Limburg en Friesland specifieke, niet aan taal gebonden, historisch en culturele factoren die zorgen voor respectievelijk lage en hoge scores op (onderdelen van het) sociaal kapitaal. Verder onderzoek is nodig om meer grip te krijgen op dergelijke processen.</p>
			<p>In het perspectief van Bourdieu (1986) hebben wij gesteld dat met taalgebruik het culturele kapitaal wordt gevormd. De groep die in dialect of regionale taal spreekt vormt doorgaans een minderheid ten opzichte van groep die thuis vooral Nederlands spreekt. Maar in zowel Limburg als in Friesland wordt veel meer gebruik gemaakt van respectievelijk het Limburgs en het Fries dan het Nedersaksisch in de vier noordoostelijke provincies en het dialect in Zeeland en Noord-Brabant. Dit zou kunnen betekenen dat het Fries en het Limburgs veel sterker verankerd zijn in alle bevolkingslagen dan dat het geval is bij het Nedersaksisch en het spreken in een dialect (Schmeets, &#x0026; Cornips, 2021). Zo spreken lager opgeleiden en mannen vaker in het Nedersaksisch en in een dialect dan hoger opgeleiden en vrouwen, terwijl dat niet zo blijkt te zijn voor het Limburgs en het Fries. Dit kan het stimuleren van &#x2018;talige&#x2019; sociale netwerken faciliteren aangezien de &#x2018;out-groep&#x2019; gevormd kan worden door vooral mannelijke laagopgeleiden: het &#x2018;bonding&#x2019; kapitaal. Het formeren van een &#x2018;out-groep&#x2019; uit zowel lager- als hoger opgeleiden&#x00A0;&#x2013; het &#x2018;bridging&#x2019; kapitaal&#x00A0;&#x2013; in de Friese en Limburgse gebieden is wellicht lastiger.</p>
			<p>Ten tweede hebben we de taalkeuze en taalgebruik binnen- en buitenshuis gerelateerd aan het sociaal kapitaal en de beide onderliggende dimensies. Er zijn geen verschillen gevonden tussen de groep die alleen thuis in een dialect of regionale taal communiceert en de groep die daarnaast ook buitenshuis in een dialect, in het Limburgs, in het Fries of in het Nedersaksisch communiceert. Daarbij doet het er niet toe waar en hoe dit gebeurt: met vrienden en buren, in dorp of stad, in winkels of horeca, op school of werk, en bij offici&#x00EB;le instanties. Blijkbaar heeft het al dan niet wijder gebruik van deze talen geen aanvullend effect op zowel het sociaal kapitaal, als op de twee dimensies: het vertrouwen en de participatie.</p>
			<p>Ten derde blijkt dat het spreken in een &#x2018;andere taal&#x2019;, zoals het Engels of Turks, niet gerelateerd is aan het sociaal kapitaal en evenmin aan het vertrouwen. Wel gaat het spreken in een &#x2018;andere taal&#x2019; gepaard met een lagere participatie in de samenleving. Hier zal ook de verblijfsduur in Nederland van de immigranten doorheen spelen. Naarmate immigranten langer in Nederland wonen, zullen ze vaker Nederlands gebruiken en neemt hun participatie toe (Schmeets, Marcellino &#x0026; Francisco Conceicao, 2021). Het vertrouwen in instituties zal echter met een langer verblijf afnemen: bij binnenkomst hebben immigranten hoge verwachtingen van de instituties in Nederland, maar dat daalt na verloop van tijd waardoor hun vertrouwen dat van het landelijke gemiddelde gaat naderen (Pozzo, 2022; Schmeets, Francisco Conceicao, &#x0026; Marcellino, 2021). Dit wordt ook bevestigd door de resultaten van de eerste en tweede generatie: de eerste generatie participeert minder in de samenleving, terwijl de tweede generatie vooral minder vertrouwen heeft.</p>
		</sec>
	</body>
	<back>
		<fn-group>
			<fn id="FN000001"><label>1</label><p>Zie <ext-link xlink:href="https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/sociale-samenhang-en-welzijn">https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/sociale-samenhang-en-welzijn</ext-link>.</p></fn>
			<fn id="FN000002"><label>2</label><p>De taalideologie die vastkleeft aan de labels &#x2018;dialect&#x2019; versus &#x2018;Nederlands&#x2019; is in schriftelijke enqu&#x00EA;tes niet te omzeilen.</p></fn>
			<fn id="FN000003"><label>3</label><p>Dit betekent ook dat het oorspronkelijke negatieve effect van &#x2018;andere taal&#x2019; op het sociaal kapitaal verdwijnt (t = &#x2013;1,54; p &#x003E; 0,10).</p></fn>
			<fn id="FN000004"><label>4</label><p>Het label &#x2018;dialect&#x2019; is ideologisch intrinsiek verbonden met de landranden. Ook inwoners in de grote steden in de randstad spreken dialect maar noemen dit veelal Nederlands. (stadsdialecten)</p></fn>
		</fn-group>
		<ref-list>
			<title>Literatuur</title>
			<ref id="R000001">
				<mixed-citation>Androutsopoulos, J. (2015). Networked multilingualism: Some language practices on Facebook and their implications. <italic>International Journal of Bilingualism, 19</italic>(2), 185&#x2013;205.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000002">
				<mixed-citation>Berger-Schmitt, R. (2002). Considering social cohesion in quality of life assessments: Concept and measurement. <italic>Social Indicators Research</italic>, 58, 403&#x2013;428.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000003">
				<mixed-citation>Beauvais, C., &#x0026; Jenson, J. (2002). <italic>Social cohesion: Updating the state of the research</italic>. Ottawa: Canadian Policy Research Networks.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000004">
				<mixed-citation>Bourdieu, P. (1986). The forms of capital. In: J. Richardson (red.), <italic>Handbook of Theory and Research for the Sociology of Education</italic>. Westport, CT: Greenwood Press, 241&#x2013;258.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000005">
				<mixed-citation>Bourdieu, P. (1991). <italic>Language and symbolic power</italic>. Cambridge: Polity Press in association with Basil Blackwell.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000006">
				<mixed-citation>Brock, A., Kwakernaak, M., de Meere, F. en H. Boutellier (2019). Literatuurstudie Sociale Cohesie. Utrecht: Verwey Jonker Instituut (zie <ext-link xlink:href="https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/09/118050_Literatuurstudie_sociale_cohesie.pdf">https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/09/118050_Literatuurstudie_sociale_cohesie.pdf</ext-link>)</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000007">
				<mixed-citation>CBS, StatLine (2022). Sociale contacten en maatschappelijke participatie. <ext-link xlink:href="https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82249NED/table?ts=1666875560289">https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82249NED/table?ts=1666875560289</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000008">
				<mixed-citation>Clark, T. (2006) Language as social capital. Applied Semiotics = Semiotique Appliquee, 8 (18). pp. 29&#x2013;41.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000009">
				<mixed-citation>Coleman, J.S. (1988). Social capital in the creation of human capital. <italic>American Journal of Sociology, 94</italic>, 94&#x2013;120.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000010">
				<mixed-citation>Coleman, J.S. (1990). <italic>Foundations of social theory</italic>. Cambridge, Mass: Belknap Press.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000011">
				<mixed-citation>Cornips, L. (2014). Taalcultuur: Talen in beweging. <italic>Taal &#x0026; Tongval, 65</italic>(2), 125&#x2013;147.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000012">
				<mixed-citation>Cornips, L., Rooij, V. de &#x0026; Stengs, I.L. (2012). Carnavalesk taalgebruik en de constructie van lokale identiteiten. <italic>Dutch Journal of Applied Linguistics, 1</italic>(1), 15&#x2013;40.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000013">
				<mixed-citation>Cot&#x00E9;, S. &#x0026; Healy, T. (2001). <italic>The well-being of nations. The role of human and social capital</italic>. Paris: Organisation for Economic Co-operation and Development.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000014">
				<mixed-citation>De Swaan, A. (2001). <italic>Words of the world: The global language system</italic>. Cambridge: Polity Press and Blackwell.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000015">
				<mixed-citation>Eckert, P. (2012). Three Waves of Variation Study: The Emergence of Meaning in the Study of Sociolinguistic Variation. <italic>Annual Review of Anthropology</italic>, 41, 87&#x2013;100.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000016">
				<mixed-citation>Eliasoph, L. (1998). <italic>Avoiding politics: How Americans Produce Apathy in Everyday Life</italic>. Cambridge: Cambridge University Press.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000017">
				<mixed-citation>Gannon, B., &#x0026; Roberts, J. (2018). Social capital: exploring the theory and empirical divide. <italic>Empirical Economics</italic> <ext-link xlink:href="https://doi.org/10.1007/s00181-018-1556-y">https://doi.org/10.1007/s00181-018-1556-y</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000018">
				<mixed-citation>Hoff, S., Vrooman, C., Iedema, J., Boelhouwer, J., Kullberg, J. (2021). Verschil in Nederland 2014&#x2013;2020. Zes sociale klassen en hun visies op samenleving en politiek. Den Haag: SCP</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000019">
				<mixed-citation>Jeannotte, S. (2000). <italic>Social cohesion around the world: An international comparison of definitions and issues</italic>. Hull, Strategic Research and Analysis Directorate.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000020">
				<mixed-citation>Keeley, B. (2007). Human capital: how what you know shapes your life. Paris: OECD.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000021">
				<mixed-citation>Kearns, A., &#x0026; Forrest, R. (2000). Social cohesion and multilevel urban governance. Urban Studies, 37(5&#x2013;6), 995&#x2013;1017.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000022">
				<mixed-citation>Knack, S., &#x0026; Keefer, P. (1997). Does social capital have an economic pay-off? A cross country investigation. <italic>Quarterly Journal of Economics, 112</italic> (4), 1251&#x2013;1288.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000023">
				<mixed-citation>Neira, I., V&#x00E1;zquez, E., &#x0026; Portela, M. (2009). An Empirical Analysis of Social Capital and Economic Growth in Europe. <italic>Social Indicators Research, 92</italic>(1), 111&#x2013;129.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000024">
				<mixed-citation>Paxton, P. (1999). Is Social Capital Declining in the United States? A Multiple Indicator Assessment, <italic>American Journal of Sociology, 105</italic>(1), 88&#x2013;127.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000025">
				<mixed-citation>Portela, M., Neira, I., &#x0026; del Mar Salinas-Jim&#x00E9;nez, M. (2013). Social Capital and Subjective Wellbeing in Europe: A New Approach on Social Capital, <italic>Social Indicators Research</italic>, <italic>114</italic>, 493&#x2013;511. <ext-link xlink:href="https://link.springer.com/article/10.1007/s11205-012-0158-x">https://link.springer.com/article/10.1007/s11205-012-0158-x</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000026">
				<mixed-citation>Pozzo, M. (2022). <italic>Language playfulness of contextual navigators. Young refugees&#x2019; linguistic strategies for inclusion in the Netherlands</italic>. Unpubl. Diss, Vrije Universiteit Amsterdam.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000027">
				<mixed-citation>Putnam, R. (1995). Turning in, turning out: the strange disappearance of social capital in America. <italic>Political Science and Politics</italic>, (28), 664&#x2013;683.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000028">
				<mixed-citation>Putnam, R.D. (2000). <italic>Bowling alone: The collapse and revival of American community</italic>. New York, Simon &#x0026; Schuster.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000029">
				<mixed-citation>Schmeets, H. (2008). <italic>Speerpunt Sociale samenhang. Project brief</italic>. Heerlen/Voorburg: CBS.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000030">
				<mixed-citation>Schmeets, H. (red.) (2015). <italic>Sociale samenhang. Wat ons bindt en verdeelt</italic>. Den Haag/Heerlen/Bonaire: CBS.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000031">
				<mixed-citation>Schmeets, H. (2018a). Vertrouwen op de kaart. <italic>Statistische Trends</italic>, mei 2018, 1&#x2013;24.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000032">
				<mixed-citation>Schmeets, H. (2018b). Participatie op de kaart. <italic>Statistische Trends</italic>, september 2018, 1&#x2013;23.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000033">
				<mixed-citation>Schmeets, H., &#x0026; Cornips, L. (2021). Talen en dialecten in Nederland: Wat spreken we thuis en wat schrijven we op sociale media? <italic>Statistische Trends</italic>, 5(23), 1&#x2013;19.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000034">
				<mixed-citation>Schmeets, H., &#x0026; Cornips, L. (2022). Taaldiversiteit in Nederland. <italic>TAAL &#x0026; TONGVAL(74)</italic> 1, 75&#x2013;106. <ext-link xlink:href="https://doi.org/10.5117/TET2022.1.004.SCHMS">https://doi.org/10.5117/TET2022.1.004.SCHMS</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000035">
				<mixed-citation>Schmeets, H., &#x0026; Exel, J. (2022). Vertrouwen in medemens en instituties voor en tijdens de pandemie, <italic>Statistische Trends</italic>, januari 2022.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000036">
				<mixed-citation>Schmeets, H. (2022). De Heitjes en het sociaal kapitaal in Heerlen. CBS: Den Haag/Heerlen/Bonaire, 19 oktober 2022.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000037">
				<mixed-citation>Schmeets, H., Francisco Conceicao, J., &#x0026; Marcellino, C. (2021). Het vertrouwen van immigranten in de samenleving in relatie tot hun verblijfsduur, Statistische Trends, augustus 2021. <ext-link xlink:href="https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=f0c8f2ca-26bb-47b4-91d9-04887cc72528&#x0026;sc_lang=nl-nl">https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=f0c8f2ca-26bb-47b4-91d9-04887cc72528&#x0026;sc_lang=nl-nl</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000038">
				<mixed-citation>Schmeets, H., Marcellino, C., &#x0026; Francisco Conceicao, J. (2021). De relevantie van verblijfsduur van immigranten voor hun participatie in de samenleving, Statistische Trends, december 2021. <ext-link xlink:href="https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2021/de-relevantie-van-verblijfsduur-vanimmigranten-voor-hun-participatie-in-de-samenleving">https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2021/de-relevantie-van-verblijfsduur-vanimmigranten-voor-hun-participatie-in-de-samenleving</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000039">
				<mixed-citation>Stiglitz, J.E., Sen, A., &#x0026; Fitoussi, J.-P. (2009). <italic>Report by the Commissions on the Measurement of Economic Performance and Social Progress</italic>. (<ext-link xlink:href="www.stiglitz-sen-fitoussi.fr">www.stiglitz-sen-fitoussi.fr</ext-link>.)</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000040">
				<mixed-citation>Van Beuningen, J., &#x0026; Schmeets, H. (2013). Developing a Social Capital Index for the Netherlands, <italic>Social Indicators Research, 113</italic>(3), 859&#x2013;886. <ext-link xlink:href="https://link.springer.com/article/10.1007/s11205-012-0129-2">https://link.springer.com/article/10.1007/s11205-012-0129-2</ext-link></mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000041">
				<mixed-citation>Van der Meer, T. (2009). States of freely associating citizens: comparative studies into the impact of state institutions on social, civic and political participation. ICS-dissertatie. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.</mixed-citation>
			</ref>
			<ref id="R000042">
				<mixed-citation>Woolcock M. (1998). Social capital and economic development. <italic>Theory and Society, 27</italic>(2), 151&#x2013;208.</mixed-citation>
			</ref>
		</ref-list>
	</back>
</article>